Hoe krijg je meer kinderen geïnteresseerd in techniek? Door ze al op jonge leeftijd met scherpe zagen en echte hamers te laten werken, is het motto van kinderwerkplaats Walhallab in Groningen. En ja, dat geldt ook voor kleuters van 5 jaar.

In het kort

Walhallab is een werkplaats voor kinderen en jongeren tot 23 jaar. Initiatief is opgezet door houtsnijder en ondernemer Marco Mout en telt drie vestigingen. Groningen is in de opstartfase en nodigt deze zomer ook kleuters uit. Doel is jonge kinderen in aanraking te brengen met techniek en negatief imago te kantelen.

Op de gele werktafel van werkplaats Walhallab liggen zagen, hamers, spijkers en houtjes. Acht meisjes gaan vandaag ‘wobots’ maken, houten robotsleutelhangers. Amber (5) heeft de gele oorbeschermers al gepakt, maar twijfelt over de hamer. ‘Van papa mag ik niet met zulke hamers. Papa zegt dat deze hamer te zwaar is voor mij.’ Juf Karianne Simmers zet door: ‘Voel eens.’ Even later slaat de kleuter er fanatiek op los.
De reactie van Amber is tekenend, zegt Simmers, die na 15 jaar als leerkracht het roer heeft omgegooid en nu de werkplaats leidt. ‘Scholen besteden te weinig aandacht aan ambachten en techniek. Laatst had ik een kind uit groep zes die zei: “Ik vind een zaag eng, daar kun je beter niet aankomen.” Dat vind ik heftig.’

Start al jong met zagen

Met de werkplaats wil Simmers kinderen al op jonge leeftijd met techniek in aanraking brengen. ‘Je hoeft van mij geen timmerman te worden. Maar het is wel belangrijk dat kinderen weten wat techniek is, zodat ze weten dat ze dit later ook kunnen kiezen. Als je pas op de middelbare school begint met zagen, is het niet meer cool. Techniek wordt nog altijd geassocieerd met niet zulke slimme mensen. Dat is een diepgeworteld vooroordeel.’

Dat ook kleuters een hamer en zaag gebruiken, is voor de oud-leerkracht vanzelfsprekend. Eerder startte Simmers een ‘knutselkeet’, een mobiele werkplaats waarvan inmiddels dertien scholen gebruikmaken. ‘Gereedschap is niet gevaarlijk, je moet er alleen goed mee leren omgaan. Scholen hebben in de kast vaak alleen oude zagen liggen waar je niets mee kunt. Maar als kinderen beginnen met een botte zaag, dan gaan ze het niet nog een keer doen.’

Initiatief van eigenzinnige ondernemer

‘Walhallab Gro’ is de derde vestiging van Walhallab, een initiatief van Marco Mout. Deze eigenzinnige houtsnijder en ondernemer startte ruim tien jaar geleden de eerste jongerenwerkplaats in Zutphen, na een wereldreis per fiets. Doel is om kinderen een plek te geven waar ze kunnen ontdekken waar ze goed in zijn, als aanvulling op scholen. Want, zegt Mout telefonisch vanaf zijn vakantieadres: ‘Scholen zijn niet voldoende creatief, ondernemend en inspirerend.’

Op een gemiddelde vrijdag lopen er in de drie werkplaatsen in Groningen, Zutphen en Arnhem 80 tot 90 jongeren rond, schat Mout. Ongeveer de helft is uitgevallen op school en probeert via het Walhallab weer in te stromen, de andere helft komt na schooltijd klussen. Plannen voor uitbreiding zijn in de maak.

Walhallab is wars van strikte regels en laat kinderen zelf een idee bedenken om te maken. Op de werkplaats leren ze de technieken die nodig zijn om hun idee uit te voeren. ‘Wij nemen jongeren serieus en geven ze een grote uitdaging’, zegt Mout. Als voorbeeld noemt hij de 11-jarige Yael die haar kamer wilde verbouwen. In een half jaar tijd leerde ze frezen, timmeren en kasten, stoelen en een bed in elkaar zetten. ‘Waar krijgen meisjes deze kans?’

Werkplaats in leegstaand schoolgebouw

De werkplaats in Groningen bestaat in oktober een jaar en is nog volop in ontwikkeling. Simmers begon met niets in een lege aula van een oud schoolgebouw in de wijk Vinkhuizen, een nogal grauw terrein waar tientallen kleine bedrijven zijn gevestigd. Met een aanhangwagen reed ze het hele land door, op zoek naar gratis materialen en gereedschap. De gemeente Groningen betaalt tot eind dit jaar de huur, een palletbedrijf doneert geregeld hout.

De buitenschoolse opvang SKSG Paleis uit Groningen is een van de eerste betalende klanten. Leidsters Emily de Haan en Saskia Komdeur houden de kinderen die driftig aan het zagen en timmeren zijn goed in de gaten. ‘Op het eerste gezicht denk je wel: “Ow help, wat gebeurt hier?”’, zegt De Haan. ‘Maar er is goede begeleiding bij. De kinderen slaan soms op hun vinger, maar daar leren ze ook van.’

Foto’s maken met een blikje

Op het plein buiten is een groep met oudere kinderen bezig foto’s te maken van de graffitimuur, met een zelfgemaakt fototoestel van een blikje. Lionel (7) is al voor de tiende keer in Walhallab. Dat komt vooral door zijn enthousiaste vader, bekent hij. Maar, zegt hij snel: ‘Ik vind het hier leuk. Op school zagen we heel weinig. Daar doen we vooral rekenen, schrijven en soms een beetje knutselen. Alleen meester Arnold heeft een zaag.’

Naast kinderen zoals Lionel en Amber helpt de werkplaats ook jongeren die in het onderwijs zijn vastgelopen. Simmers vertelt over Ischa, een jongen van 17 die uitviel in het reguliere en speciaal onderwijs en na een periode bij Walhallab zonder diploma mocht starten met een mbo-opleiding voor meubelmaker. ‘Zo’n jongen als Ischa heeft hier veel zelfvertrouwen gekregen, hij kwam hier in zijn eigen flow. Bij ons maakt het niet uit waar je vandaan komt.’

Toekomst nog onzeker

Dat Walhallab bestaansrecht heeft, staat voor Simmers buiten kijf. ‘Iedereen die hier is geweest, is enthousiast.’ Toch is de toekomst, vooral financieel, nog onzeker. De werkplaats is nu twee dagen per week open en draait op vrijwilligers. Om de werkplaats fulltime te laten draaien – het uiteindelijke doel – is per jaar ongeveer €200.000 nodig. Dat bedrag is nog lang niet in zicht.

Simmers hoopt op een structurele bijdrage van de gemeente en provincie, aangevuld met geld voor de begeleiding van thuiszitters, stagiairs en kinderen van school of de buitenschoolse opvang.

‘Bij Walhallab moet je wel ondernemend zijn, dat willen we ook de kinderen meegeven’, zegt Simmers optimistisch. ‘Voor mij is dit een sprong in het diepe, het is echt buffelen geweest. De financiering heb ik onderschat, want in Groningen werkt het weer anders dan in Zutphen. Maar we geloven erin, dus we doen het gewoon.’

Leerkrachten in Florida binnenkort gewapend voor de klas.
In de Amerikaanse staat Florida zullen leerkrachten binnenkort gewapend voor de klas mogen staan. De controversiële maatregel werd vandaag in het parlement goedgekeurd.

De nieuwe wet is bedoeld om in de toekomst schietpartijen in scholen, zoals die in de middelbare school in Parkland waar in februari vorig jaar 17 mensen door een ex-leerling werden doodgeschoten, te vermijden. De tekst werd woensdag in de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurd met 65 stemmen voor en 47 tegen. Eerder gaf ook de Senaat al groen licht.

Leraren mogen voortaan op vrijwillige basis een wapen bij zich dragen in de klas. Voorwaarde is wel dat ze eerst een opleiding van 144 uur volgen om met een wapen te leren omgaan.

Tegenstanders van de maatregel hekelen dat het toenemende wapengeweld niet kan worden opgelost door nog meer vuurwapens toe te laten. Ze waarschuwen voor ongelukken nu onderwijzers plots een politionele verantwoordelijkheid toebedeeld krijgen en, ten overstaan van echte politieagenten, verkeerdelijk aanzien zouden kunnen worden voor een gevaarlijke schutter. 

‘Vragen om een tragedie’

,,Het bewapenen van onderwijzers is vragen om een tragedie”, aldus de Democratische politica en ex-politiechef van Orlando, Val Demings. ,,De echte oplossing is zorgen dat wapens uit de verkeerde handen blijven”, zegt ze.

Het was de Amerikaanse president Donald Trump die na de schietpartij in Parkland had voorgesteld om leraren in de Verenigde Staten een wapen te geven. Hij wilde tegelijk niet weten van een verbod op aanvalsgeweren, het type wapen dat door de dader van het bloedbad werd gebruikt.


Mooi project afgerond. Schoolbesturen en gemeenteraad unaniem akkoord met integraal huisvestingsplan.

De vermindering van het aantal potentiële leerlingen in het onderwijs brengt met zich mee dat schoolbesturen met elkaar in overleg gaan welke kansen er zijn voor de scholen in de dorpen.  In het kader van de leefbaar houden van de dorpen wordt veelal getracht ten minste één school in het dorp te behouden. Een zogenaamde samenwerkingsschool.

Een samenwerkingsschool is een school die uitsluitend tot stand kan komen door samenvoeging van één of meer openbare scholen met één of meer bijzondere scholen en waarin zowel openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Op deze school moeten de verschillende identiteiten gewaarborgd blijven, zodat dit een breed toegankelijk school blijft.

Inmiddels is de wet om de samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs te optimaliseren van kracht geworden. De vijf landelijke onderwijskoepels hebben een handreiking uitgebracht.

In dit proces speelt naast de schoolbesturen ook de gemeenten een belangrijke rol vervullen bij het versterken van het onderwijs met behoud van de diversiteit in de gemeente.

Met deze kreet wil de po raad onderbouwen dat er een nieuw bekostigingssysteem noodzakelijk is voor het primair onderwijs. In een artikel op de site van de po raad geeft men aan dat een simpelere bekostiging noodzakelijk is. Hopelijk weet men zelf ook wel dat dit een tikkeltje overdreven is. Voor de bepaling van de bekostiging zijn het aantal leerlingen en de leerlinggewichten van belang. Dat is het…
Aanleiding voor deze insteek (afleidingsmove) is wellicht het feit dat er vragen vanuit de politiek worden gesteld over besteding van gelden en het eigen vermogen van schoolbesturen. Het is lastig, maar wel te begrijpen dat instanties die geld verstrekken vragen stelt over de besteding van deze middelen.
Dat schoolbesturen een eigen vermogen hebben is niet alleen goed te verdedigen, maar ook dringend noodzakelijk om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Nu schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het totale onderhoud, moeten zij middelen reserveren om ter zijner tijd bijvoorbeeld de dakbedekking van de school te vervangen. Dit zijn aanzienlijke bedragen die niet in één keer uit de jaarlijkse exploitatie kunnen worden betaald.
Aan het huidige systeem zitten mogelijk wat nadelen. Benoem die en bespreek die met elkaar.
Dat is de manier om samen tot een optimalisering te komen.